Dr.Boskamp:
Antioxidanten

Antioxidanten
Flauwekul en fabels!!!. Ik moest even glimlachen toen ik
deze info las in een artikel van
een columnist die gevraagd had mijn info
over omega 3 olie te mogen gebruiken. Hij had bij collega duivenartsen gevraagd
naar de mogelijkheid van mijn verhaal in de praktijk. De collega's zagen het dus
niet zitten. Ik moest glimlachen.
Want hier geldt weer onbekend
maakt onbemind. Honderden jaren
geledenwerden mens ook verketterd als ze zeiden dat de aarde rond was.
Glimlachen is daarom, denk ik, het beste wat ik in dit geval kan
doen.
Overigens loopt het aantal vragen over de Barleans en de omega 3
vetzuren de afgelopen maand in de honderden. Reden genoeg om op onze andere
website van de kliniek
(www.dgkcentrum-beek.nl) in de loop van 2006 een
dossier aan te gaan leggen over omega 3 vetzuren, om zo te komen tot een
vraagbaak over deze bijzondere essentiële olie.
Het is tijd om in deze kweekperiode een andere heilig huisje eens ter
discussie te stellen. En dat is het gebruik van de vitamines. De algemene opmerking die "de gevestigde orde" roept is dat indien wij, mens en
dier, goede voeding tot ons nemen de behoefte aan vitamines goed gedekt wordt.
Ik denk dat deze opmerking correct is als we het jaar 1960 schrijven.
Maar
als we in ons achterhoofd houden wat ik in de vorige nieuwsbrief schreef dat we
anno 2005 een scheve verhouding in de opname van omega 3 t.o.v. omega 6 hebben
van 1 : 20/25 i.p.v. 1:1 zoals tijdens de evolutie miljoenen jaren en tot 1900
ongeveer gebruikelijk was, dan is het niet moeilijk voor te stellen dat de
zekerheid dat we met ons huidige voedingspatroon nog steeds alle vitamines in
voldoende hoeveelheden binnenkrijgen, niet meer absoluut is.
Als we weinig
inspanningen hoeven te leveren, dat geldt ook voor onze duiven, dan gaat alles
wel goed. Maar ik schreef het al vaker. Duivensport is heden ten dage topsport.
En de ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Het is dus lang niet altijd zo
dat als er een
tekort ontstaat het wel op de een of andere manier door het
lichaam gecompenseerd wordt.
De machinerie die we gezondheid noemen, kan dan
gaan haperen.
Bepaalde enzymsystemen kunnen slechter gaan werken, afhankelijk
aan welk vitamine er een tekort is ontstaan. Vitamines zijn nodig voor een goed
werkende stofwisseling, maar zeker ook voor een goed werkende afweer.
De
hoeveelheden die als dagelijkse hoeveelheid worden geadviseerd zijn doorgaans
die
hoeveelheden waarbij ...onder normale omstandigheden..geen tekorten
ontstaan. Allereerst moeten we dus zien dat we die hoeveelheden ook
daadwerkelijk opnemen. Maar als er grotere inspanningen geleverd moeten worden,
of er is sprake van stress, ziekte of andere bedreigingen, dan stijgt de
behoefte meestal al snel.
Dan zijn de basishoeveelheden veelal onvoldoende en
ontstaat er op zijn minst een relatief
tekort, waardoor allerlei
compensatiemechanismen in werking moeten treden om de machinerie draaiende te
kunnen houden. Deze compensatiemechanismen zijn doorgaans erg inefficiënt. Het
gaat meestal gepaard met grote energieverliezen. Men zou het kunnen vergelijken
met lange afstandslopers die te maken krijgen met een verzuring van de spieren.
De energie wordt dan op een inefficiënte manier geproduceerd. Er wordt dan veel
melkzuur gevormd in de spieren met allerlei gevolgen van dien. De prestaties
worden navenant. Die lopen heel snel terug.
Om deze reden kan men dus het
beste zorgen voor een optimaal aanbod aan vitamines om tekorten en relatieve
tekorten voor te blijven. Dat dit met enig beleid gedaan dient te
worden
spreekt vanzelf. Op het moment dat de duiven op rust zitten zijn de behoeftes
totaal anders dan tijdens momenten van topsport tijdens de vluchten.
Maar
naast bovenstaande reden om te zorgen voor voldoende aanbod van vitamines is er
ook een andere reden bijgekomen.
Vitamines zijn vaak stoffen met een
anti-oxidanten werking. Alleen al om die reden is een
voldoende aanbod van
vitaminen wenselijk.
In de huidige tijd worden mens en dier overspoeld met
stoffen, straling en gassen die van
invloed zijn op het goed functioneren
van het lichaam. We zijn het er allemaal wel over eens dat de lucht in de bergen
beter is dan bijvoorbeeld in het Ruhrgebied. We worden weliswaar niet direct
ziek van de lucht in het Ruhrgebied, maar deze lucht vormt desondanks een
belasting voor ons lichaam en het lichaam van de dieren. Deze stoffen werken
vaak als zogenaamde vrije radicalen. Deze stoffen zijn in staat om in het
lichaam een zgn. Oxidatieve werking te hebben. Dat kan men vergelijken met het
roesten van het ijzer. Een proces wat ook door oxidatie komt.
In het lichaam
heeft dat op diverse plaatsen continue plaats. En als deze belasting maar hoog
genoeg is, zijn de gevolgen voor het lichaam niet misselijk.
Maar het lichaam
wil zich te weer stellen tegen de werking van de vrije radicalen. En dat
is
maar goed ook, dat het lichaam dit kan, anders zouden de gevolgen voor
het lichaam snel
merkbaar zijn. Cellen die niet meer functioneren kunnen,
genetisch materiaal dat beschadigt raakt met mogelijk kanker als gevolg, enz
enz. Maar er worden in het lichaam beschermende verbindingen gevormd die een
anti-oxidanten werking hebben. Maar ook via de voeding nemen we stoffen op met
deze werking. Zo is vitamine C een anti-oxidant, evenals Vitamine E. De meeste
diersoorten met uitzondering van cavia's, apen en de mens, kunnen zelf vitamine
C aanmaken. In geval van stress, ziekte of andere bedreigingen gebeurt dat dus
ook. Maar bij de mens lukt dit dus niet. Wij zijn onder die omstandigheden
afhankelijk van de opname uit ons voedsel of uit voedingssupplementen. Zo is uit
onderzoek gebleken bij stewardessen van intercontinentale vluchten met
betrekking tot de uitscheiding van opgenomen vitamine C, dat dit op de grond
reeds bij een inname van ca. 3 gram per dag werd uitgeplast. Maar tijdens de
intercontinentale vluchten bleek deze uitscheiding pas plaats te vinden bij een
inname van 15-18 gram. Dit gigantische verschil wordt verklaard door de hogere
dosis straling die het lichaam op die grote hoogte treft, maar ook de
recirculatie van de gebruikte lucht en de stress van het werk.
Een ander
voorbeeld dat we allemaal kennen zijn de zonaanbidders en - bidsters. Vele
daarvan roken. De straling van de zon, maar ook de sigaretten doen de behoefte
aan vitamine C als vrije radicalenvanger sterk toenemen. Is er te weinig
vitamine C aanwezig in het lichaam om direct te kunnen worden benut, dan
probeert het lichaam de reserves in het bindweefsel te benutten. Vitamine C
heeft echter ook een functie in het soepel houden van dat
bindweefsel.
Verdwijnt het uit het bindweefsel dan krijgt het bindweefsel
het aspect van een tuinslang die te lang in de zon heeft gelegen. Hard en stug.
En dat is wat er dan ook met het bindweefsel gebeurt. En de huid krijgt dan een
rimpelig en stug uiterlijk. We zullen best wel notoire zonaanbidders, - sters
kennen in onze omgeving. Welnu. Deze zouden er dus goed aan doen om extra
vitamine C te slikken, zeker als ze daarbij ook nog roken.
Terug naar de
duiven.
Dat er dus omstandigheden zijn die vragen om een ruime voorziening
van anti-oxidanten moge duidelijk zijn. Deze situatie kan zich bij onze duiven
ook voordoen. De stress van het transport, de grote inspanningen die geleverd
moeten worden kunnen dan ook veel van de reserves vragen. Onder die
omstandigheden gaat de opmerking dat met goed voer altijd voldoende vitamines
opgenomen kunnen worden, naar mijn stellige overtuiging niet op.
Pleit ik
daarom voor een lukraak gebruik van vitamines? Nee, natuurlijk niet. Ik wil hier
enkel en alleen een kritisch geluid laten horen bij de opmerking dat er in geval
van goede voeding geen tekort aan vitamines kan optreden.
De fout die gemaakt
wordt hierbij is namelijk dat het uitgangspunt van de lieden die dit stellen
foutief is. Ik ben het namelijk met ze eens dat in rust de opname via het voer
gedekt is. En in een aantal gevallen tijdens inspanning ook. Maar ik wil slechts
aangeven dat het bij zware inspanning verstandig is om de mogelijkheid van een
tekort of relatief tekort uit te sluiten.Als men voorzichtig is met de
zogenaamde vetoplosbare vitamines (Vitamine A,D3,E en K) dan is het risico van
overdosering aan vitamines nagenoeg te verwaarlozen. Maar de extra hoeveelheid
vitamines die in het lichaam aanwezig zijn als reserve kunnen dan wel mooi
helpen als vrije radicalenvangers.
Preventieve gezondheidszorg zou ik dat
willen noemen.
Succes
Peter Boskamp
Nieuwsbrieven 2010 Peter Boskamp