![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Open deuren of toch niet….?
![]() Nu het seizoen weer nadert komen weer een aantal bekende vragen op ons
af. Sommige vragen lijken open deuren, maar blijken dat in de praktijk voor
menig liefhebber niet te zijn. Veel van deze vragen heb ik immers al uitgebreid
behandelt in de diverse nieuwsbrieven. Scheefvliegers In deze tijd van het jaar zien we veel duiven die zwabberen door de
lucht. Soms komen ze zelfs niet meer op hun schapje. In de volksmond noemen we
ze scheefvliegers. Veelal wordt de
oorzaak geweten aan de overmatige inspanning waardoor er trauma’s ontstaan in
de spieren, pezen en aanhechtingen. Aanvankelijk werden deze duiven daarom
behandeld met pijnstillers. Veelal met matig resultaat. Zelf behandel ik deze
duiven al sinds jaar en dag met medicijnen die werkzaam zijn tegen
streptococcen. Van belang is het dat deze behandeling zo spoedig mogelijk na
aanvang van de symptomen dient te worden gestart om zo veel mogelijk resultaat
te hebben. Niet alle duivenartsen zijn het erover eens dat de oorzaak wel eens
gelegen zou kunnen zijn in een overmatige inspanning die verergert wordt door
een ontstekingsreactie door streptoccoccen. Vaak hoor ik dan als argument dat
niet altijd deze bacterie gevonden wordt bij sectie van deze duiven. Dat mag
dan wel waar zijn, mijn insteek is deze duiven gezond te krijgen en ze niet
open te hoeven maken nadat ze waardeloos geworden zijn. Een voorbeeld van voorbarig opruimen is het verhaal van een liefhebber
die een duif mee gaf aan een collega melker om deze bij zijn duivenarts te
laten onderzoeken, omdat hij mij niet kon bereiken omdat ik met longproblemen
op bed lag. Deze collega bekeek de duif en adviseerde hem maar achter te laten
omdat er niets aan te doen was. De arts zou hem uit zijn leiden verlossen. Zo
gebeurde. De melker meldde dit bij ons en kreeg het advies de resterende 7 duiven
die dezelfde kwaal hadden toch te behandelen tegen streptococcen en ze niet
zoals was geadviseerd, de duiven op te ruimen. Op de beurs in Dortmund vertelde deze liefhebber me dat alle duiven na
drie dagen al weer nagenoeg normaal vlogen en dat er nu helemaal niets meer aan
te zien was. Moraal van dit verhaal: Ook al mag het dan wetenschappelijk niet
vaststaan dat streptococcen de oorzaak van deze kwaal zijn, toch adviseer ik
deze duiven als zodanig te behandelen omdat in veel gevallen de kwaal daardoor
binnen enkele dagen over is, mits men tijdig begint met de behandeling. “Niet
geschoten is altijd mis”, ben ik hierover geneigd te zeggen. Pokken Liefhebbers vragen me ook vaak of ze tegen pokken moeten enten. Deze
vraag is weer een tijdje actueel omdat we afgelopen jaar meer pokken zagen dan
normaal. Het pokkenprobleem is een probleem met een golfbeweging. Als de pokken
weer eens uitbreken gaan de liefhebbers weer massaal vaccineren hiertegen waardoor
de infectiedruk afneemt en het probleem veel kleiner wordt. Is het zo dat we
een paar jaar niets horen over pokken dan wordt het vaccineren weer “vergeten”
zodat na kortere of langere tijd weer een nieuwe golf van pokkenproblemen over
de duiven heen komt. Zoals bekend is het vaccin (ovo-peristerin) van Intervet van de markt
verdwenen toen deze firma door een ander bedrijf werd overgenomen. Er zijn nu
enkele Oost-europese vaccins beschikbaar die ook via de veerfollikelmethode
werken. Ik ken tevreden gebruikers, maar ook hebben me klachten bereikt over
deze vaccins. Ze zouden in sommige gevallen niet voldoende werken of juist te
sterk zijn waardoor de duiven te heftig zouden reageren. Aangezien er geen
andere vaccins op de markt zijn, zal de toekomst moeten leren of het
bakerpraatjes betreft of dat deze vaccins daadwerkelijk niet optimaal zijn. Gelukkig is de kombi-entstof Paramyxo/Pox weer beschikbaar zodat er een
alternatief is voor de veerfollikelmethode. De firma Fort Dodge die dit vaccin
beschikbaar stelde is inmiddels overgenomen door de firma Pfizer. Het is te
hopen dat deze firma de duivenvaccins niet van de markt haalt uit
bedrijfseconomische overwegingen. Veel farmaceutische bedrijven hebben immers
weinig op met de duivensport. En wat betreft de vraag of het verstandig is om te vaccineren? : Ik zou
het wel doen. De infectiedruk is momenteel immers vrij hoog. Dus problemen zijn
dan ook te verwachten dit seizoen. Geelbesmetting Trichomoniasis is en blijft het onderwerp waarover de meeste vragen
gesteld worden. Daarnaast proclameren veel liefhebbers hun wijsheid als
waarheid zonder dat dit overeenstemt met de werkelijkheid. Zo zijn er nog
genoeg liefhebbers die blijven roepen dat een keer in de veertien dagen 2 dagen
wat Ronidazole in het drinkwater goed werkt tegen het geel, want, zeggen ze
dan, ze spelen immers goed. Wat ze niet (willen) weten is dat zij zelf de grootste boosdoeners zijn
voor het ontstaan van de resistentie van deze parasieten tegen de gebruikelijke
medicijnen ter bestrijding van het geel. Immers is het deze handelwijze die er
voor gezorgd heeft en nog steeds zorgt dat de resistentie toeneemt. Ten eerste
is kuren tegen het geel via het drinkwater op zich veelal al beperkt efficiënt,
omdat zeker in deze tijd van het jaar te weinig drinken om een effectieve
bloedspiegel van het medicijn te krijgen. Ten tweede is een kuur van twee dagen
geen kuur. Immers in die twee dagen worden alleen de zwakke broeders afgedood
waardoor op termijn alleen sterke parasieten overblijven die zich kunnen
vermenigvuldigen. Als we kijken naar de toename van de resistentie tegen de geelmiddelen
de afgelopen 10 jaar is het bedroevend dat deze liefhebbers, overtuigd als ze
zijn van hun gelijk, niet op andere en juiste, gedachten zijn te brengen. Een goede geelkuur in het drinkwater moet voldoende lang gegeven worden
en voldoende hoog gedoseerd worden om ook de sterkere geelparasieten af te
doden. We beginnen zo stilletjes aanin een stadium te komen dat het goed zou
zijn dat liefhebbers na een kuur hun duiven bij een duivenarts nogmaals zouden
laten controleren op de werkzaamheid van de ingestelde behandeling. We dienen ons goed te realiseren dat er weinig alternatieven zijn voor
de geelbehandelingen die we nu hebben. De liefhebbers die dan tegen me zeggen
dat ze in geval van resistentie “gewoon” over gaan op een ander middel
realiseren zich geeneens dat alle beschikbare middelen tegen het geel min of
meer familie van elkaar zijn omdat ze voorkomen uit dezelfde groep medicijnen. Resistentie tegen een middel levert heel snel al resistentie op tegen
de “neefjes en nichtjes”. In volgorde van effectiviteit kan men zeggen dat tabletten en capsules
het beste werken. Een hoge dosering in korte tijd zorgt ervoor dat ook de
sterkere parasieten het loodje nog leggen. Ik zeg nog(!) omdat ook bij deze
manier van behandelen al resistentiegevallen voorkomen. Een geelkuur over het voer van voldoende lengte en in voldoende hoge
dosering kan het probleem ook nog tackelen. Maar net als bij een kuur via het
drinkwater geldt hier dat het verstandig zou zijn indien met de werkzaamheid
zou (laten) controleren om in staat gesteld te worden de kuur zo nodig te
verlengen. Van een kuur via het drinkwater mag zolang de “R” in de maand is geen
mirakel verwacht worden. Kiest men voor deze weg dan is controle na de kuur
bijna noodzaak om zekerheid te hebben. Alternatieve “geelmiddelen” In de loop der tijd bereikten me natuurlijk ook de diverse middelen die
ook werkzaam zouden zijn tegen het geel. Zoals appelazijn, Citroenzuur,
halamid, Vitamine C enz enz. Veelal verzurende producten. Wat is er van waar? Welnu, er zijn liefhebbers die geregeld deze
producten als geelkuur gaven. Veel van deze duiven hebben bij controle dan
gewoon het geel. Ter genezing van een geelbesmetting kan men deze middelen dan ook niet
inzetten. Wat ik in de praktijk wel zie is dat mensen die een goede geelkuur
hebben gegeven aan het einde van de zomer en daarna geregeld verzurende
preparaten gebruiken vaak bij controle voor de kweek of nu in het voorjaar geen
geel hebben bij hun duiven. Verzuring van het drinkwater heeft in deze dus
zeker zin Als hulpmiddel tegen te verspreiding van de geelparasieten. Wat we
daarbij wel voor ogen moeten houden is dat het een preventieve maatregel
betreft die bijdraagt aan de preventie als vooraf een degelijke en goede
geelkuur is gegeven van voldoende concentratie en voldoende lengte. Dus niet de
2 daagse flutkuurtjes van de liefhebbers die het altijd beter willen weten
omdat ze het al 25 jaar of langer zo gedaan hebben. Basispakket De vraag naar ‘een begeleidingsschema’ voor de jonge duiven bereikt me
de afgelopen weken ook geregeld. ‘Hoe kan ik mijn jonge duiven gezond houden
tot aan de vluchten?’ Dan kan ik niet anders dan herhalen wat ik al vele malen schreef.
Afzetten en laten controleren of de duiven vrij zijn van geel. Dan een week
lang Bony-SGR in het drinkwater. Na die week 2 x per week Bony-SGR in het drinkwater tot 2 weken voor de
opleervluchten. Twee maal per week Basiskern met BMT over het voer. Aan het voer
plakken met Lookolie, kweekolie of als het helemaal goed gedaan wordt met
Nucleovit. En enkel malen per week Bony-M mineralen. Doorgaans is dit voldoende om de duiven optimaal te ondersteunen tot
aan de vluchten waarbij ze kinderziekten kunnen en mogen meemaken zonder ziek
te worden. Op deze manier groeien de jongen mooi op te volwaardige duiven. Succes
Nieuwsbrief april 2010: Streptococcose voor meer info klik hier Nieuwsbrief maart 2010: Open deuren of toch niet? voor meer info klik hier De natuurlijke aanpak: Deel 1 voor meer info klik hierAnti - oxidanten of vitaminen voor meer info klik hier |Fotogalerij|Nieuws|Te Koop|Contact|Links|
|