|
Het Adenovirus
De afgelopen weken werd me door een aantal
liefhebbers gevraagd of ik aandacht zou willen besteden aan bovengenoemd
virus. Een liefhebber had de diagnose horen stellen bij een collega
duivenarts, een andere meldde dat het niet anders kon dan dat hij met het
Adenovirus te maken had. Immers zijn duiven hadden alle verschijnselen die in
de richting van het Adenovirus wezen. Ook in onze kliniek hadden we ook een
paar liefhebbers waar we bij de duiven het Adenovirus vaststelden. De
definitieve diagnose wordt gesteld bij sectie waarbij middels pathologisch
onderzoek de levernecrose vastgesteld wordt. Bij twijfelgevallen moet er soms
materiaal naar een laboratorium gestuurd worden om zekerheid te krijgen.
Daardoor zou kostbare tijd verloren kunnen gaan. Gelukkig zijn er inmiddels praktische bruikbare testen
beschikbaar waarmee binnen enkele minuten de aanwezigheid van dit virus
middels een cloaca-uitstrijkje kan worden vastgesteld. Soortgelijke testen
zijn ook beschikbaar voor een aantal andere virussen die bij duiven
voorkomen. Hiermee zijn de diagnostische mogelijkheden onder
praktijkomstandigheden toch aanzienlijk uitgebreid.
De liefhebber die alleen op grond van de
klinische verschijnselen de diagnose Adenovirose stelde begeeft zich echter
op glad ijs. Er zijn meerdere ziekten die soortgelijke verschijnselen geven
als bij een besmetting met het Adenovirus optreden. Zo was er recent een
liefhebber in de kliniek die stellig was dat de verschijnselen die zijn
duiven hadden op Adeno zouden kunnen wijzen. De duiven gingen vrij
snel dood. Daar kwam nog bij dat hij al 14 dagen aan het kuren was tegen de
paratyfus, met een bekend middel, iets wat hij rond deze tijd altijd deed.
Met zo'n anamnese ga je makkelijk mee het schip in. Want met in je
achterhoofd de kuur tegen paratyfus, doet het je natuurlijk vermoeden dat het
dat dan niet is. We kregen een duif aangeboden voor sectie. In de anamnese
werd verteld dat er ook een duif dood gegaan was die dag. Het is dan
natuurlijk logischer dat juist die dode duif opengemaakt wordt en niet een duif
die nog redelijk uitziet, hoewel al vermagerd. De dode duif vertoonde in
nieren en darmwand ontstekingshaarden en de lever was vlekkerig. In nog geen
24 uur werd op alle drie de plaatsen paratyfus aangetroffen, ook al had deze
duif dus langdurig al een paramiddel toegediend gekregen.
Wederom een bevestiging dat de ziekte
paratyfus niet zwart-wit benaderd dient te worden. We moeten het zien als het
probleemcomplex wat het in wezen is. Op meerdere terreinen tegelijk dient de
strijd met tegen deze ziekte gevoerd te worden. Enerzijds verhoging van de
weerstand, anderzijds vaccinatie, goede ontsmetting en de juiste medicatie.
Gelet op het feit dat de resistentie van de bacterie tegen de diverse
antibiotica duidelijk aan het toenemen lijkt (niet uit te sluiten is dat dit
het gevolg is van het te pas en te onpas kuren tegen deze bacterie zonder
kennis van zaken, met te korte kuurtjes en verkeerde medicamenten) is het
verstandig een antibiogram te maken voordat men aan het kuren slaat bij een
vastgestelde infectie met Salmonella Typhimurium.
Maar goed, deze nieuwsbrief zou gaan over
Adenovirus. Het Adenovirusprobleem doet zich meer voor in het voorjaar dan nu
in het najaar. We dienen dan ook onderscheid te maken tussen twee vormen van
Adenovirose.
Type 1 en Type 2.
De problemen die zich nu lijken voor te
doen met het Adenovirus zijn meer toe te dichten zijn aan Type 2. Bespreking
van het meer klassieke beeld bij jonge duiven kan daarom beter plaatsvinden
in het voorjaar als deze vorm zijn hoogtepunt beleeft.
Adenovirus Type 2.
Dit virus komt het hele jaar voor en kan
duiven van alle leeftijden aantasten. In tegenstelling tot het Type 1 zijn er
bij Type 2 vaak weinig verschijnselen waar te nemen simpelweg omdat de duiven
veel te snel sterven. Vaak al binnen 12-24 uur.
Bij sectie is vaak een uitgebreide
levernecrose vast te stellen. Dit is dan ook de reden van de snelle sterfte.
Als er al symptomen optreden zijn dat incidenteel braken en een gele,
vloeibare mest. De sterfte onder de duiven kan aanzienlijk zijn maar het kan
ook langzamer verlopen waarbij gedurende meerdere weken incidenteel duiven
sterven. Bij de gevallen waarbij het een trager verloop heeft komen bacteriën
vaak ook nog een rol meespelen. De E. Coli bacterie maar ook Streptokokken
(Streptokokkus Galolyticus) en Staphylococcen (Staphylococcus intermedius)
stellen we dan vast bij bacteriologisch onderzoek bij de secties.
We moeten er goed voor waken om plotselinge
sterfte onder duiven gelijk aan dit virus toe te dichten. Immers ook
Streptokokken kunnen sepsis en acute sterfte geven, maar ook Salmonella en E.
Coli. Dat is dan ook vaak de reden dat er toch antibiotica worden gegeven
zodra de sterfte optreedt. Indien vast is komen te staan dat het Adenovirus
type 2 de oorzaak is dan werken deze antibiotica natuurlijk absoluut niet
tegen dit virus zelf. We zorgen er dan alleen voor dat de secundaire
bacteriën minder kans krijgen om een bloedvergiftiging te veroorzaken. Wees
er dan ook van bewust dat het geven van zware antibiotica de lever nog verder
kunnen belasten waardoor het paard wel eens achter de wagen kan worden
gespannen.Typisch is dat er op hokken die sterk aangetast zijn duiven zijn
die totaal nergens last van hebben. Zelfs ouderdieren kunnen sterven terwijl
de jongen niet aangetast blijken.
Preventieve vaccinaties zijn niet
beschikbaar tegen dit virus, Getracht kan worden middels het laag houden van
de infectiedruk en het optimaliseren van de weerstand de verspreiding van het
virus tegen te gaan.
Zelf schrijf ik in deze gevallen Bony
Sambucca Plus voor gedurende 14 dagen, naast eventueel een milde
antibioticumkuur als dat noodzakelijk lijkt te zijn. Daarnaast kan Sedochol,
Biochol of Bonichol de lever helpen ondersteunen.
Succes
Peter Boskamp
|